Genealogie Familie Boersma

Een historische ontdekkingstocht

Wie was omke Theunis

Omke Theunis

Hij werd geboren te Farebuorren

Een plattegrond van een deel van Noardeast-Fryslân. Daarop staan de plaatsjes Blije (Blija) en Farebuorren (Vaardeburen). De rode pijl wijst naar de Alma State in Farebuorren.

Hij was een vakbekwaam timmerman

Omke Theunis verdiende zijn eerste geld als boerenknecht. Toen de jaren slechter werden ging hij als timmermansknecht aan de slag. Dat heeft hij jarenlang gedaan en hij werkte in geheel Noordoost Friesland. 's Maandagmorgens ging hij vroeg op pad en op zaterdagavond liep hij terug naar huis, naar Blija. Hij schijnt een vakbekwaam timmerman geweest te zijn, die het liefst alleen aan een klus werkte.

Het Petronella Fonds

Een ligkuur van patienten met tuberculose in een sanatorium in Davos. Zij lagen het gehele jaar op de veranda in de open lucht. De foto is genomen in het jaar 1904.

Op 6 oktober 1904 overleed op 26-jarige leeftijd te Blija Petronella Jans Boersma aan de gevolgen van tuberculose. Zij was de twee jaar oudere zuster van omke Theunis en haar overlijden laat een diepe indruk op hem achter.

Vele jaren later, het is op woensdag 13 juni 1928, verschijnt omke Theunis voor notaris Klaas Bakker te Marrum om een stichting in het leven te roepen voor de ondersteuning van tuberculose patienten.

De letterlijke tekst van de akte, die de notaris opstelde, begint als volgt:

Voor mij Klaas Bakker, notaris te Marrum, verscheen in tegenwoordigheid van de beide na te noemen mij bekende getuigen,
de heer Theunis Jans Boersma, timmerknecht, wonende te Blija,
De comparant, mij notaris bekend, verklaarde:
Ik bestem het mij rechthebbende perceel bouwland gelegen aan de weg naar Vaardeburen onder Blija, kadastraal bekend gemeente Blija, sectie A, nummer 1444, bouwland, groot achtendertig are zestig centiare tot vermogen der stichting, die ik bij deze in het leven roep en waaraan ik de naam geef van "het Petronellafonds".
Ik bepaal, dat die stichting zal zijn gevestigd te Blija en tot doel zal hebben de bestrijding van de tuberculose in dier voege, dat inkomsten harer goederen zullen worden uitgekeerd aan de tuberculoselijders, zonder onderscheid van richting, wonende onder het behoor van het dorp Blija, om de ziekte die hen aangetast heeft, te bestrijden.

Omke Theunis wil iets doen aan de bestrijding van tuberculose, de ziekte waaraan zijn zuster gestorven is. Hij roept een stichting in het leven die de naam van zijn overleden zuster zal dragen: "Het Petronella Fonds".

In Blija is de stichting nog altijd actief en spant zich in voor de minderbedeelden en ernstig zieken in die wonen onder het behoor van het dorp Blija. Het gedachtegoed van omke Theunis leeft nog altijd voort in deze dorpsgemeenschap.

Tbc-huisjes
Aan het eind van de negentiende eeuw werd tuberculose bestreden met bedrust, zonlicht, frisse lucht en gezonde voeding. Als een van de alternatieven voor behandeling in een sanatorium ontstonden de tbc-huisjes. Het huisje stond op een draaischijf zodat het met de zon meegedraaid kon worden en de patiënt uit de wind bleef. De huisjes waren doorgaans wit of groen, met veel glas om zoveel mogelijk zonlicht binnen te laten. De patient lag dag en nacht, zomer en winter in zo'n huisje, dat kon maanden, maar ook wel jaren duren.

Maatschappelijk betrokkenheid

Anti-militarist, geheelonthouder en anti-roker

Omke Theunis was een maatschappelijk betrokken mens. Dat kwam bij hem op verschillende manieren tot uiting. De oprichting van het Petronella Fonds ter nagedachtenis van zijn overleden zuster is er één van. Op andere momenten toont hij zijn anti-militarisme of zijn afkeer van de drank en het roken.

Anti-militarist

Uit het militieregister blijkt het volgende:
Op 20 december 1899 wordt omke Theunis aangewezen voor de dienstplicht. De inlijving bij het 7e Regiment Infanterie volgt op 30 maart 1900. Zijn groot verlof gaat voor de eerste keer in op 24 april 1903, terwijl hij op 31 december 1918 ontslagen wordt wegens geëindigde diensttijd. Hij is niet groot van stuk. Tijdens de aanwijzing voor de dienstplicht wordt zijn lichaamslengte vastgesteld op 1.62 meter en hij blijkt bruine ogen te hebben.

Hij ondergaat de militaire dienst nogal gelaten, van verzet is nog geen sprake. Dat blijkt onder meer uit een getuigschrift van zijn luitenant, dat gedateerd is op 14 april 1901 en waarin die meldt: "De milicien Boersma der lichting 1900 van het 7de regiment infanterie is gedurende acht maanden mijn oppasser geweest, gedurende welken tijd ik steeds over hem zeer tevreden ben geweest, terwijl hij mij steeds eerlijk en trouw heeft gediend."

In 1903 wordt het leger ingezet om een spoorwegstaking te breken en dat opent hem de ogen. Zijn bezwaren worden nog groter wanneer de oorlog in 1914 uitbreekt.

In september 1917 moet hij een dag naar Leeuwarden voor inspectie van zijn uitrusting omdat zijn diensttijd op 1 januari 1918 zal eindigen. Omke Theunis gaat nog wel naar Leeuwarden, maar hij weigert elke dienst en wordt prompt in voorarrest genomen.

De krijgsraad te Arnhem veroordeelt Theunis Jans Boersma op 8 februari 1918 met de volgende motivering:

“Theunis Boersma, geb. te Blija, gem. Ferwerderadeel op 25 maart 1880, laatst gewoond te Blija, vader Jan Cornelis Boersma, moeder Hiske Pieters Hartmans, dienstplichtig soldaat bij het 2e Bat Landweer Infanterie te Leeuwarden, heeft te Leeuwarden op 17 september 1917 geweigerd zijn uitrusting te tonen en inspectie te maken, 10 weken militaire gevangenisstraf, in mindering vanaf 27 september 1917.”

Geheelonthouder

Uit het militieregister blijkt het volgende:
Op 20 december 1899 wordt omke Theunis aangewezen voor de dienstplicht. De inlijving bij het 7e Regiment Infanterie volgt op 30 maart 1900. Zijn groot verlof gaat voor de eerste keer in op 24 april 1903, terwijl hij op 31 december 1918 ontslagen wordt wegens geëindigde diensttijd. Hij is niet groot van stuk. Tijdens de aanwijzing voor de dienstplicht wordt zijn lichaamslengte vastgesteld op 1.62 meter en hij blijkt bruine ogen te hebben.

Hij ondergaat de militaire dienst nogal gelaten, van verzet is nog geen sprake. Dat blijkt onder meer uit een getuigschrift van zijn luitenant, dat gedateerd is op 14 april 1901 en waarin die meldt: "De milicien Boersma der lichting 1900 van het 7de regiment infanterie is gedurende acht maanden mijn oppasser geweest, gedurende welken tijd ik steeds over hem zeer tevreden ben geweest, terwijl hij mij steeds eerlijk en trouw heeft gediend."

Anti-roker

Uit het militieregister blijkt het volgende:
Op 20 december 1899 wordt omke Theunis aangewezen voor de dienstplicht. De inlijving bij het 7e Regiment Infanterie volgt op 30 maart 1900. Zijn groot verlof gaat voor de eerste keer in op 24 april 1903, terwijl hij op 31 december 1918 ontslagen wordt wegens geëindigde diensttijd. Hij is niet groot van stuk. Tijdens de aanwijzing voor de dienstplicht wordt zijn lichaamslengte vastgesteld op 1.62 meter en hij blijkt bruine ogen te hebben.

Hij ondergaat de militaire dienst nogal gelaten, van verzet is nog geen sprake. Dat blijkt onder meer uit een getuigschrift van zijn luitenant, dat gedateerd is op 14 april 1901 en waarin die meldt: "De milicien Boersma der lichting 1900 van het 7de regiment infanterie is gedurende acht maanden mijn oppasser geweest, gedurende welken tijd ik steeds over hem zeer tevreden ben geweest, terwijl hij mij steeds eerlijk en trouw heeft gediend."


Bericht Beheerder

Beschikt u over aanvullende informatie of documentatie? Dan horen wij dat graag van u.