| Aantekeningen |
- Turfmaker in de Koekoek, later vanaf 1840 veehouder te Genemuiden.
Het gezin woonde in IJsselmuiden no.228 en later in Genemuiden.
Woonachtig:
Nr. 228, IJsselmuiden, Overijssel, Nederland
in het jaar 1814 De Koekkoek, IJsselmuiden
vanaf 1840 Genemuiden
in het jaar 1870 Hasselterdijk, wijk B, nr. 42, Genemuiden
Tijdens de watersnood van 1825 vluchtte Gerrit Last met zijn gezin, wonende aan de Bisschopswetering tussen de dijk en de Koekoekssteeg eerst in zijn hooiberg en toen deze begon te bezwijken in een bok. Op zaterdag 5 februari probeerde hij met de bok de Luter watermolen te bereiken, maar kon niet verder komen dan tot op de helft van die afstand. Na door anderen geholpen te zijn bereikte hij in de avond de molen en bleef daar. Zijn vrouw en kinderen werden op maandag 7 februari naar Zwolle overgebracht. Daarvoor had zich voor de ogen van het gezin Last een drama afgespeeld. Menze Brand en zijn gezin, samen 6 personen, wonende in een naast de Luterzijl, waren genoodzaakt zich op het dak te begeven, dat toen het huis instortte, aan het drijven raakte. Brand klom in een boom, waaruit hij in het water raakte en verdronk. Het dak dreef verder tot nabij het huis van Gerrit Last, waar het in stukken werd geslagen. Het gezin Brand verdronk. Eèn van de paarden van Brand trachtte bij Gerrit Last in de bok te komen en moest met geweld daarvan worden weerhouden. Gerrit Last hoorde op enige afstand een gehuil. Hij dacht dat dit door een in nood zijnd mens werd veroorzaakt. Hij voer zuidwaarts met zijn vrouw naar de Koekoekssteeg, maar ontdekte dat het de hond van Menze Brand was. De hond zat op een rietkragge te huilen. Last nam de hond mee. (bron: A.de Leeuw).
In 1849 was G. Last uit Genemuiden ouderling in de afgescheiden gemeente te Zwartsluis. (De afscheiding van 1834 in Overijssel door Dr. J. Wesseling)
Na het overlijden van zijn zuster Roelofje werd Gerrit Last benoemd tot toeziend voogd over haar dochters Harmpje en Geertje, die als enigen uit het gezin de stormvloed van 1825 had overleefd.
28-3-1826, notaris I.augier te Kampen:
Jacob Korthoef, landbouwer, en Gerrit Last, turfmaker, zijn de voogd en toeziend voogd over de kinderen van Jacob Korthoef en Roelofje Last, die beiden zijn omgekomen bij de watervloed van 4 februari 1825, n.l. Harmpje en Geertje Korthoef. Dezeze minderjarige kinderen zijn tevens erfgenamen van hun grootvader Jacob Korthoef sr en van hun tante Nelletje Korthoef, dochter van Jacob Korthoef sr, beiden eveneens omgekomen bij de watervloed. Er wordt een volledige inventaris gemaakt van de bezittingen van de ouders, de grootvader en de tante van genoemde kinderen, voor zover overgebleven na de watervloed; dit in aanwezigheid van de vrederechter Hendrik Kock en de griffier Alexander Johan Troulja.Tot de nalatenschap van de grootouders behoort: veen- en groenland,een turfpunter, een klok, wat kleding, diversen, juwelen. De nagelaten goederen van Nelletje Korthoef zijn verschillende kledingstukken en een kist. De roerende goederen hebben bij verkoop netto f.111,15 opgebracht.Hierna worden de schulden geinventariseerd. Belending groenland: ten oosten Tijmen Hollander en ten westen Harmen van Bruggen.
30-09-1842, notaris J.Meijlink te Kampen:
Gerrit Last, veenbaas, verkoopt enige rillen of land met rietgewas in IJsselmuiden, Koekoek, sectie D nummer 119, 111 en 84 voor f. 75,-- aan Willem Jan Swart, koopman te Kampen.
04-08-1834, notaris Francois Rambonnet te Kampen:
Hendrik van Bruggen, landman, verkoopt aan Antonie Struik, bakker, een huis, erf en where te Kampen, Burgwal, hoek Marktsteeg, wijk 4 nummer 119, dat hij indertijd aangekocht had van Gerrit Last, voor een bedrag van f.800.--.
02-06-1827, notaris I.Augier te Kampen:
Gerrigje Mense Brand, Hilligje Mense Brand, Berend Hollander, turfmaker en Gerrit Last, turfmaker, verkopen aan Peter Beijer, koopman te Kampen groenland te Zwollerkerspel, aan de Bisschopswetering, gelegen tussen de eigendommen van Gerrit Last, Peter Berens en Gosen Knol voor f.150,--.
15-01-1827, notaris I.Augier te Kampen:
Gerrit Last, turfmaker te IJsselmuiden, leent aan Berend Hollander, turfmaker te Kampen een bedrag van f.150,- tegen 5 procent per jaar. Als speciaal onderpand geldt het woonhuis te IJsselmuiden, aan de Zeedijk
bij de Luttersche Zijl ten westen van de Kolk, waarvan de grond behoort aan het Dijkbestuur.
|